powered by

  • project

Bachelorproef

#reflection #research #field

De opleiding MCT wordt afgesloten met een stage in het werkveld én een individuele bachelorproef. De bachelorproef is de ideale gelegenheid voor de toekomstige bachelor om zich te verdiepen in een aantal essentiële technische competenties. Daarnaast is de bachelorproef ook de manier om heel wat algemene competenties verder te ontwikkelen. Zo dient een student

  • in staat zijn om gedurende korte periode een specifiek aspect te onderzoeken;
  • hiervoor de nodige denk- als redeneervaardigheid aan te wenden;
  • de resultaten van zijn/haar onderzoek kritisch te bekijken;
  • gestructureerd te werk gaan;
  • de juiste conclusies uit eigen verkregen resultaten te trekken;
  • zijn bachelorproef voor een vakjury te verdedigen;
  • een attitude tot levenslang leren zich eigen maken.

Hoe komt een bachelorproef tot stand?

  1. De bachelorproef vertrekt van een concrete onderzoeksvraag, al dan niet afkomstig vanuit het stagewerkveld. De opleiding bewaakt het eindniveau ervan.
  2. Het onderzoek gebeurt op school: de onderzoeksvraag wordt in een afzonderlijke projectmodule (‘project 4’) in team gedurende 6 weken volledig technisch uitgewerkt. Hierbij bedenkt/creëert/onderzoekt het team studenten een eigen oplossing/ontwerp/prototype (al dan niet vooraf in specifieke richting gestuurd).
  3. In de bachelorproef gaat de student individueel het behaalde resultaat aftoetsen met bedrijfswereld & community.

De bachelorproef moet een valorisatiewaarde/meerwaarde voor het werkveld hebben.

De student is projectverantwoordelijk en documenteert, rapporteert en presenteert zowel m.b.t. het proces als het product van de bachelorproef. De eindpresentatie gebeurt voor een jury (van interne en externe leden) al dan niet vakdeskundigen.

De bekomen technische competenties zijn afhankelijk van de gekozen onderzoeksvraag. De bachelorproef wordt praktisch georganiseerd gedurende de stageperiode. De voorbereidingen gebeuren in het voorgaande semester. De onderzoeksvraag wordt door het werkveld in samenwerking met het lectorenteam opgesteld.